XIII. Slochteren en omgeving

102. Nieuw Tivoli

103. Wijchgelsheim

104. Fraeylemaborg

105. Nijenstein

106. Veenhusen

 

Het lintdorp Slochteren ligt, samen met dorpen als Schildwolde en Siddeburen, op een zandrug ten midden van ontginningsgronden. De oostelijker gelegen dorpen Noordbroek en Zuidbroek vormen eveneens een lint. De naam –broek verwijst naar het oorspronkelijke drassige land. Het landschap werd voornamelijk in de zeventiende eeuw gevormd door grootschalige veenontginningen, waarbij vaarten voor de afvoer van turf werden aangelegd, zoals het Winschoterdiep dat het gebied met de stad Groningen verbond. De vaarten vormden tot de aanleg van de rijkswegen rond 1846 de belangrijkste toevoerwegen naar borgen, buitenplaatsen, boerderijen en woningen in het gebied tussen Slochteren, Hoogezand en Zuidbroek.
De bekendste buitenplaats in deze regio is de Fraeylemaborg in Slochteren, die aan het einde van de achttiende eeuw door De Sandra Veltman en in de eerste helft van de negentiende eeuw door Hora Siccama van een landschapspark werd voorzien. De Fraeylemaborg was echter niet de enige buitenplaats in de buurt van Slochteren die van een landschappelijk park was voorzien. In het nabijgelegen Schildwolde liet Lodewijk Hendrik Wijchgel in 1822 de borg Schattersum afbreken, om plaats te maken voor een nieuw huis Wijchgelsheim, waarbij een landschappelijk park werd aangelegd. Bij het nabij gelegen Siddeburen lag eveneens een landschappelijke tuin; Nieuw Tivoli. Ook Noord- en Zuidbroek kenden herenbehuizingen met landschappelijke tuinen, zoals de Villa Nijenstein en Veenhusen. Van Nieuw Tivoli, Fraeylemaborg en Nijenstein is bekend dat Roodbaard daadwerkelijk betrokken was bij de landschappelijke aanleg.
De Ennemaborg met een imposante formele aanleg had in 1817 geen bewoners meer. De borg werd op afbraak verkocht voor het forse bedrag van 111.050 gulden aan twee Friese beleggers; hoogleraar en raadsheer Isaac Telting (1776-1846) van het Martenahuis te Franeker en bestuurder Petrus Johannes van Beijma (1783-1839) van de Dekemastate te Weidum. Zij woonden er niet zelf, maar stelden de Friese Jacob Piers Bosma als rentmeester aan om het landgoed te gelde te maken.

« vorige pagina