XV Harkstede en omgeving

111. Petit Martin

112. Overveen

113. Vaartwijk

114. Jagtwijk

 

Het landschap rondom Harkstede en Westerbroek wordt getypeerd door een langgerekte strokenver-kaveling die is gevormd door kleine en grootschalige veenontginningen. In de achttiende eeuw werden de landerijen met laagveen opnieuw grootschalig ontgonnen om onder andere aan de vraag naar brandstof en landbouwproducten vanuit de stad Groningen te kunnen voorzien.
Op zandruggen en langs trekvaarten werden door rijke veenheren in het gebied verscheidene buitenplaatsen gesticht. Aan het einde van de achttiende en in het begin van de negentiende eeuw vestigden zich in de buitenplaatsen voornamelijk bestuurders, notarissen en handelaren.
Bekende families als Trip (Vredenburg en Jagtwijk), Van Swinderen (Vredenburg), Hesselink (Vaartwijk) en Hora Siccama (Petit Martin) hadden allen een of meerdere buitens in de regio. In de negentiende eeuw kreeg een aantal van deze buitenplaatsen een landschappelijk aangelegde tuin, zoals het in Harkstede gelegen Petit Martin (Klein Martijn) en het in Foxhol gesitueerde Jagtwijk.
Vanwege de families waarvoor Roodbaard ook in andere regio’s werkzaam was en hun verschijningsvormen is het denkbaar dat Roodbaard ook in dit gebied betrokken was bij landschappelijke aanleggen. Dit kan (nog) niet aangetoond worden.
In de loop van de negentiende en twintigste eeuw zijn de meeste buitenplaatsen in de regio verdwenen. Slechts de tuinrestanten van Vaartwijk geven nog een vermoeden over de rijkdom van de verloren buitenplaatsen.

« vorige pagina