XIX Zuidlaren

133. Meerlust

134. Bloemert

135. Meerwijk

136. Laarwoud

 

De dorpen Noord-, Mid-, en Zuidlaren vormden belangrijke nederzettingen in een van oudsher slecht toegankelijk gebied. De dorpen lagen aan een belangrijke verbindingsweg over de Hondsrug tussen de stad Groningen en de vesting Coevorden. De weg werd begrensd door uitgestrekte veengebieden en het Zuidlaardermeer. Het meer ontstond in de ijstijd als stroomdal van de rivier de Hunze. In de laatste ijstijd raakte het dal verveend. In de middeleeuwen ontstond hier - mede vanwege afwateringsproblemen in het omliggende gebied - een natuurlijk meer.

Vanaf de twaalfde eeuw ontwikkelde zich hier de bewoning. In de achttiende en negentiende eeuw kwam dit gebied in trek bij de gegoede Groninger en Drentse bevolking. Buitenplaatsen werden gebouwd en uitgebreid. Het in Zuidlaren gelegen Laarwoud kent zelfs een geschiedenis die teruggaat op de zeventiende eeuw.

Ook bij Noordlaren en Midlaren werden buitens ontwikkeld. De Groninger burgemeestersfamilie De Sitter had veel invloed in dit gebied. Behalve stadshuizen in Groningen bezat deze familie de buitens Meerlust in Noordlaren en Bloemert en Meerwijk in Midlaren. De in de formele stijl aangelegde parken werden in de negentiende eeuw voorzien van landschappelijke invloeden.
 

« vorige pagina