IDENTITEITSKAART (DNA)

GELDERSE VALLEI

De Gelderse Vallei is een oud dekzandgebied gelegen tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug, dat wordt gekenmerkt door een afwisselend landschap met een uitgebreid bekensysteem. Het sterk versnipperde en relatief laag gelegen landschap van de Gelderse Vallei heeft zijn weerslag gehad op het gebruik ervan in de loop der eeuwen. De lagere delen waren lange tijd veel te nat voor gebruik en bewoning op grote schaal. Lange tijd vormde de Gelderse Vallei een doorgangsgebied, waarin vooral oost-west verbindingen op dekzandruggen en -koppen lagen. Deze vormden een soort stepping stones in het verder moerassige gebied. Nadat de waterhuishouding werd gereguleerd, zien we als gevolg daarvan beduidend meer mogelijkheden voor bewoning en voedselvoorziening. Vanaf de hogere gronden ter weerszijden komen in de Late Middeleeuwen bevolkingsgroepen om gebiedsdelen te claimen, te ontginnen en te benutten.

Een groot deel van de Gelderse Vallei, binnen de grenzen van de gemeente Ede, kan gerekend worden tot het broek- en heideontginningslandschap. Richting het noorden wordt dit afgewisseld met het kampenlandschap en richting het westen met het veenontginningslandschap. (Bron: CHWK)

Kenmerken:

  • Dekzandruggen (tot 2m. boven maaiveld) met oost-west oriëntatie
  • Oost-west gericht bekenstelsel
  • Grote afwisseling in hoog-laag, bodemgebruik, open-besloten etc.
  • Onregelmatige blokverkaveling
  • Ruimtelijk beeld bepaald door bouw- en graslanden begrensd door bosjes, houtwallen en -singels en erf- en wegbeplantingen
  • Bebouwing verspreid over gebied
  • Karakter wegenpatroon afhankelijk van landschapstype (slingerend, tangentiaal) met bajonetbochten op plekken waar ontginningsassen niet geheel aansloten

(Bron: Groenstructuurplan Oranjewoud)

VELUWEFLANK

De flanken van het Veluwemassief zijn sinds lang continu bewoond. De ligging op de steile overgang tussen Veluwemassief in het oosten en de lagere delen van de Gelderse Vallei in het westen boden goede vestigingsvoorwaarden voor zowel jager-verzamelaars als de latere landbouwers. De verspreiding van bewoning door de eeuwen heen vertoont een duidelijke relatie met het voorkomen van relatief vruchtbare en goed te bewerken gronden en bronhorizonten (water) op en langs de daluitspoelingswaaiers en lagere stuwwalflanken. Men kon op sommige locaties gebruik maken van de vruchtbare gordeldekzandgronden, waarop de aaneengesloten bouwlandcomplexen (engen) ontstonden. Bovendien had men eenvoudig toegang tot de vruchtbare lager gelegen gebieden, waar kwel vanuit de stuwwal naar boven kwam. Het kenmerkende engenlandschap, dat een groot deel van de overgangszone typeert, ontstond uit het hier veel voorkomende landbouwsysteem. Als gevolg van gunstige vestigingsvoorwaarden en bevolkingsgroei groeiden de bewoningskernen uit tot een reeks van dorpen en kernen op de overgangszone. (Bron: CHWK)

 Kenmerken

  • Overgang van stuwwal naar vallei
  • Duidelijk herkenbare rand van de stuwwal
  • Oude occupatievorm van hoger gelegen essen, dorpen en lager gelegen weidegebieden nog duidelijk aanwezig
  • Blokverkaveling
  • Groot contrast tussen open essen (aaneengesloten bouwlanden) en beslotenheid bebouwing, erfbeplanting, houtwallen, bos en wegbeplanting aan randen essen
  • Wegenpatroon wordt mede bepaald door het microreliëf

(Bron: Groenstructuurplan Oranjewoud)

VELUWE

Het stuwwallencomplex van het Veluwemassief behoort tot de oudste bewoonde gebieden van Nederland. Het vormde een hoog en droog ‘eiland’, omgeven door drassige vlaktes die regelmatig te kampen hadden met  overstromingen. Vanaf de prehistorie tot diep in de Middeleeuwen schiep de mens hier door een proces van exploitatie, overbeweiding en verdroging een ander landschap: het oerbos maakte plaats voor cultuurbos, uitgestrekte heidevlaktes en zandverstuivingen. Alleen kleine landbouwenclaves, archeologische vindplaatsen en de zeer oude toponiemen houden de Veluwe als een oud woon- en landbouwgebied in herinnering. Grote delen van de Veluwe kenden echter nauwelijks of geen bewoning, althans dat wordt verondersteld.

Het Veluwemassief is nu een gebied waarvan grote delen een extensief bodemgebruik kennen. Er zijn veel omvangrijke natuurterreinen (bos en heide) en er zijn gemiddeld veel minder bebouwde gebieden dan elders in de gemeente. (Bron: CHWK)

Kenmerken

  • Aaneengesloten bos- en natuurgebied
  • Reliëf van de stuwwal, glooiend landschap
  • Productiebossen (veelal naaldhout: grove den, douglas en fijn spar) met rationele verkaveling
  • Loofbossen met: zomereiken, berkenbos, wintereiken, beukenbos
  • Groot contrast tussen besloten karakter bosgebieden en open karakter heidegebieden en landbouwenclaves
  • Rationele èn parkachtige ontsluitingsstructuur, orthogonaal grit van wegen (aangelegd t.b.v. productie)

(Bron: Groenstructuurplan Oranjewoud)

Menu